fbpx

PreventiMed Wetenschap: Waarom visceraal vet nauwkeurig meten?

Mensen met een verhoogd visceraal vetniveau hebben een groter risico op diabetes type 2, bepaalde vormen van kanker en hart- en vaatziekten (lees meer). Inzicht in de hoeveelheid visceraal vet die een persoon meedraagt is dus van belang. Het zou als grote motivator moeten dienen bij het omgooien van een (inactieve) levensstijl. Maar in hoeverre is het nodig om de exacte hoeveelheid visceraal vet te weten en dus te meten?

Hoe kan visceraal vet zo exact mogelijk gemeten worden?

Het visceraal vet in de buik kan met behulp van zowel een CT-scan (CT = computer tomografie) als een MRI-scan (MRI = beeldvorming door magnetische resonantie) op een zeer nauwkeurige wijze gemeten worden. Helaas zijn dat metingen die niet op grote schaal uitgevoerd kunnen worden. Het stralingsniveau van de CT-scan is te hoog om iemand meerdere keren in korte tijd te meten en voor zowel CT als MRI geldt dat zij heel kostbaar zijn om in te zetten.

Wat zijn alternatieven naast CT en MRI?

Bij grote groepen wordt nog regelmatig de BMI en de middelomtrek ingezet om te bepalen of iemand een verhoogd risico heeft op diabetes en hart- en vaatziekten. Makkelijk in gebruik, maar wel misleidend. Aangezien het onderhuidse (ongevaarlijke) vet bij deze metingen ook meegenomen wordt. Een alternatief is de DEXA-scanner (Dual Energy Röntgen Absorptiometrie) om lichaamssamenstelling te meten. Aan de hand van bijvoorbeeld de totale vetmassa of het vet rond de middel (de Android-zone) worden uitspraken gedaan over de risico’s. Hierbij wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen visceraal vet en het onderhuidse vet.

Dezelfde buikomtrek, grote verschillen qua visceraal vet

Links en rechts dezelfde buikomtrek, maar grote verschillen qua hoeveelheid visceraal vet.

Niet iedere DEXA-scanner kan visceraal vet meten

Sinds een paar jaar kunnen DEXA-scanners (of DXA) met de nieuwste software wél een onderscheid maken tussen visceraal vet en het onderhuidse vet. De vraag is of visceraal vet een betere inschatting geeft van het risico op hart- en vaatziekten dan andere meetmethodieken die niet op deze manier kunnen inzoomen op het probleemgebied. Bij een gemengde onderzoeksgroep van 194 personen werd de bloeddruk, vetprofielen (cholesterol, LDL, HDL, triglyceriden), gevoeligheid voor insuline en de VO2-max gemeten om deze vraag te beantwoorden.

Is het belangrijk om de exacte hoeveelheid visceraal vet te meten?

Door in te kunnen zoomen op het visceraal vet met dit type DEXA-scanners, blijkt dat een verhoogd visceraal vet een grotere relatie heeft met een verhoogd cholesterol en triglyceride én verlaagde insulinegevoeligheid en VO2-max dan dat andere methodieken aangeven. Het blijkt dat door slechts te kijken naar de buikomvang of de totale vetmassa uitspraken over iemands ware risico gemankeerd blijven.

DEXA-scan als goudeerlijke meetstandaard

De meerwaarde van de nieuwe generatie DEXA-scanners is dat zij exact kunnen meten waar iedereen ziek van wordt, namelijk het visceraal vet en dus niet het onderhuidse vet. Doordat men bij het gebruik van de DEXA-scanner slechts 0,03 % van de straling hoeft te ondergaan ten opzichte van een CT-scan, is het een geschikt en eerlijk instrument om vooruitgang bij te houden.

In een volgende blog wordt ingegaan op de werking van de weegschalen die gebruik maken van bio-elektrische impedantie analyse (BIA) voor het meten van visceraal vet.

Heerhugowaard, 21 september 2017
Prof. Dr. Herman Pieterse

Pin It on Pinterest