Terug naar hoofdinhoud

Wat u moet weten over

Waarom vet ziek maakt, en welk vet

Introductie: Waarom vet ziek maakt (en welk vet)

Overgewicht en obesitas zijn wereldwijd de grootste bedreigingen voor onze gezondheid. Het is een onderwerp dat ons dagelijks bezighoudt, omdat het direct invloed heeft op hoe we ons voelen en hoe gezond we blijven naarmate we ouder worden. In Nederland heeft maar liefst 55% van de volwassenen één chronische aandoening, en bij mensen boven de 75 jaar is dat zelfs 96%. Het begrijpen van de rol van vet in ons lichaam is daarom voor iedereen relevant, of u nu zelf wilt afvallen, gezonder wilt leven of simpelweg wilt begrijpen hoe uw lichaam werkt. Dit artikel legt uit dat niet elk soort vet hetzelfde is en waarom specifiek het vet in uw buik, rond de organen, een groot risico vormt voor ziekten zoals diabetes en hartproblemen.

De kern: Wat is vet en waarom slaan we het op?

Definitie van vetweefsel

Vet is weefsel waarin ons lichaam reserve-energie uit voeding opslaat. Het is essentieel voor ons voortbestaan; zonder de mogelijkheid om energie op te slaan, zouden we perioden van voedselschaarste niet overleven. Vet bestaat uit vetcellen, ook wel adipocyten genoemd, waarin energie wordt bewaard in de vorm van triglyceriden. Rondom deze cellen ligt een complex netwerk van bloedvaten, zenuwen en immuuncellen dat fungeert als een soort 'internet' voor informatie-uitwisseling tussen het vet en de rest van het lichaam.

Evolutie en de 'default setting'

Ons lichaam is van nature geprogrammeerd om uiterst zuinig om te gaan met energie. Deze instelling is ontstaan in de tijd van de jagers en verzamelaars, miljoenen jaren geleden. Toen was voedsel schaars en was het een evolutionair voordeel om vet op te slaan voor later. In onze moderne tijd van overvloed blijven we echter vet opslaan voor een schaarste die nooit meer komt. Dit teveel aan opgeslagen energie heeft zich nu tegen ons gekeerd; we worden er ziek van.

Onderhuids vet versus buikvet

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen waar het vet zit. Onderhuids vet (subcutaan vet) zit direct onder de huid en is vaak het vet dat we kunnen vastpakken. Visceraal vet daarentegen zit diep in de buik, tussen de organen. Dit viscerale vet is het vet dat het risico op ziekte vergroot. Terwijl vrouwen vaker meer onderhuids vet hebben (het 'peermodel'), hebben mannen van nature meer aanleg voor visceraal vet (het 'appelmodel').

Herkenning en signalen van te veel vet

Risicofactoren en gedrag

Te veel vetopslag is het gevolg van een langdurige positieve energiebalans: u neemt meer energie op via voedsel dan uw lichaam verbruikt. Onze moderne leefstijl met veel zittend werk en makkelijke toegang tot calorierijk voedsel draagt hier sterk aan bij. Stress, minder beweging en ongezond eten zijn herkenbare factoren, vooral in de drukke periode tussen het 20ste en 40ste levensjaar.

Gevolgen op korte en lange termijn

Op de korte termijn merkt u misschien alleen een toename in gewicht of een grotere buikomvang. De echte schade gebeurt echter onzichtbaar in het lichaam. Wanneer de opslagcapaciteit van het viscerale vet wordt overschreden, ontstaat er een chronische, laaggradige ontsteking. Deze ontsteking is de motor achter ernstige ziekten die vaak pas na het 40ste levensjaar aan de oppervlakte komen. Het gaat hierbij om aandoeningen zoals een hoge bloeddruk, diabetes type 2, hart- en vaatziekten en zelfs verschillende vormen van kanker.

Metingen: Hoe weten we hoeveel vet we hebben?

De Body Mass Index (BMI)

De meest bekende maat is de BMI, waarbij uw gewicht wordt gedeeld door uw lengte in het kwadraat. Hoewel de BMI veel wordt gebruikt, is het een onnauwkeurige maat voor de individuele gezondheid. De BMI maakt namelijk geen onderscheid tussen spiermassa en vetmassa, en zegt ook niets over waar het vet zit. Iemand met een 'gezonde' BMI kan toch te veel gevaarlijk visceraal vet hebben.

Buikomvang

Het meten van de buikomvang geeft een iets beter beeld van het buikvet dan de BMI, maar is nog steeds onnauwkeurig omdat u hiermee ook de buikspieren, organen en het onderhuidse vet meet.

De DEXA-scan

Voor een nauwkeurige meting van visceraal vet zijn beeldvormende technieken nodig. De DEXA-scan is de beste methode omdat deze zeer precies de vetverdeling kan bepalen met een verwaarloosbare hoeveelheid straling (vergelijkbaar met 4 uur buitenlucht). Hiermee kan worden vastgesteld of u boven de risicogrens van 100 cm² visceraal vet zit.

Gezondheidsimpact: Waarom vet ziek maakt

Vet als hormoonfabriek

Vetcellen doen meer dan alleen energie opslaan; ze maken ook hormonen aan. Twee belangrijke hormonen zijn leptine en adiponectin. Leptine zorgt normaal voor een verzadigd gevoel na het eten. Echter, bij te veel buikvet worden de hersenen ongevoelig voor dit signaal (leptineresistentie), waardoor u blijft eten. Bovendien gaat leptine bij overschot immuuncellen aantrekken naar het buikvet, wat de ontsteking aanwakkert. Adiponectin beschermt juist tegen ontsteking en helpt bij de suikerverwerking, maar de aanmaak hiervan daalt sterk bij te veel visceraal vet.

Chronische ontsteking

Wanneer vetcellen te groot worden door te veel energieopslag, lokken ze immuuncellen (macrofagen) naar het vetweefsel. In gezond buikvet bestaat slechts 5% van het weefsel uit ontstekingscellen, maar bij viscerale obesitas kan dit oplopen tot meer dan 50%. Deze cellen verspreiden ontstekingsstofjes door het hele lichaam via de bloedbaan. Dit proces leidt tot drie gevaarlijke paden:

  1. Insulineresistentie: Uw lichaam kan suiker niet meer goed verwerken, wat leidt tot diabetes.
  2. Atherosclerose: De vaatwanden raken ontstoken en verkalken, wat leidt tot hoge bloeddruk en dichtslibbende aderen.
  3. Kankervorming: De voortdurende blootstelling aan ontstekingsstoffen kan schade aan het DNA veroorzaken.

 

De rol van spieren

Gelukkig is de situatie omkeerbaar. Wanneer u visceraal vet verliest, verdwijnen de ontstekingscellen weer. Spieren spelen hierbij een cruciale rol. Tijdens beweging maken spieren stofjes aan, genaamd myokinen (zoals IL-6), die direct opdracht geven aan het buikvet om energie vrij te maken. Het versterken van spierkracht is daarom minstens zo belangrijk als minder eten.

Samenvatting in 5 kernpunten

  • Vet is een essentieel weefsel voor energieopslag en hormoonproductie, maar de locatie van opslag bepaalt het risico op ziekte.
  • Visceraal vet (vet tussen de organen) is de hoofdoorzaak van chronische laaggradige ontsteking in het lichaam.
  • Deze ontsteking ligt aan de basis van diabetes type 2, hart- en vaatziekten en bepaalde vormen van kanker.
  • Metingen zoals BMI en gewicht zijn onvoldoende om het risico van buikvet in te schatten; een DEXA-scan biedt hier de nodige nauwkeurigheid.
  • Spieractiviteit helpt specifiek bij het verbranden van buikvet door de aanmaak van signaalstoffen die de vetafbraak stimuleren.
Bronvermelding

1.  VZinfo.nl Chronische aandoeningen en mulitmorbiditeit/leeftijd en geslacht/chronische aandoeningen.

2.  Eaton, S.B. and Eaton, S.B. (1999) Hunter-gatherers and human health. In: Lee, R.B. and Daly, R., Eds., Cambridge Encyclopedia of Hunters and Gatherers, Cambridge University Press, Cambridge.

3. A. Stofkova. Leptin and adiponectin: from energy and metabolic dysbalance to inflammation and autoimmunity. Endocr Regul.. 2009;43(4):157-68.

4. Ouchi N., Parker J.L., Lugus J.J., K. Walsh. Adipokines in inflammation and metabolic disease. Nat Rev Immunol 2011;11(2):85-97. doi: 10.1038/nri2921.

5.  Fuhrman, Bradley P.; Zimmerman, Jerry J. (2011). Pediatric Critical Care. Elsevier. pp. 1058–1072. ISBN 978-0-323-07307-3. Retrieved 16 May 2020.

6. Zimmerman J.J., von Saint Andre-von Arnim A., J. McLaughlin. Pediatric Critical Care (fourth Edition). Chapter Cellular Respiration 2011: pages 1058- 1072

7. Hachemi I., M. U-Din Brown adipose tissue: Activation and metabolism in humans. Endocrinol & Metab. 2023:38;214-222. 

8.  van der Lans AA, Hoeks J, Brans B, Vijgen GH, Visser MG, Vosselman MJ, et al. Cold acclimation recruits human brown fat and increases non-shivering thermogenesis. J Clin Invest 2013;123:3395-403.

9. Thomas E., Brynes A.E., Mc Carthey J., Goldstone A.P., Hajnal J.V., Saeed N, Frost G., JD Bell . Preferential loss of visceral fat following aerobic exercise measured by magnetic resonance imaging. Lipids 2000; 35:769–776.

10. Grabner G.F., Zie H., Schweiger M., R. Zechner. Lipolysis: cellular mechanisms for lipid mobilization from fat stores. Nature Metab. 2021;3:1445-1465.

11. W.P.T. James. WHO recognition of the global obesity epidemic. International Journal of Obesity (2008) 32, S120–S126.

12. Ross R, Shaw KD, Martel Y, de Guise J, Avruch L. Adipose tissue distribution measured by magnetic resonance imaging in obese women. Am J Clin Nutr. 1993;57:470–5.

13. Eknoyan G.  Adolphe Quetelet (1796–1874)—the average man and indices of obesity. Nephrol Dialysis Transplant 2008;23:47-51

14. C.F. Gauss Theoria motus corporum coelestium in sectionibus conicis solem ambientium. (available ABC Books, Lowfield Heath: Crawley United Kindom), 1809.

15. Keys A., Fidanza F., Karvonen M.J., , Kimura N., H.L. Taylor. Indices of relative weight and obesity. Reprint Int. J. Epidemiol, 2014, 655–665.

16. Ambrose J., “CT scanning: a backward look,” Semin. Roentgenol. 12(1), 7–11 (1977)

17. Fox C.S., Massaro J.M., Hoffmann U., Pou K.M., Vasan R.S., Murabito J.M., et al.  Abdominal Visceral and Subcutaneous Adipose Tissue Compartments Association With Metabolic Risk Factors in the Framingham Heart Study. Circulation 2007:116;39-48.

18.  Doyle S.L., Donohoe C.L., Lysaght J., J.V. Reynolds. Symposium 3: Obesity related cancers Visceral obesity, metabolic syndrome, insulin resistance and cancer. Proceedings of the Nutrition Society (2012), 71, 181–189.

19. E.L. Thomas., Frost G., Taylor-Robinson S.D., J.D. Bell. Excess body fat in obese and normal-weight subjects. Nutrition Research Reviews (2012), 25, 150–161.

20. Tchernof, A. & Després, J. P. Pathophysiology of human visceral obesity: An update. Physiol. Rev. 93, 359–404 (2013).

21. Hausberger, F.X. (1966). Pathological changes in adipose tissue of obese mice. Anat. Rec. 154, 651–660.

22. Weisberg S.P., McCann D., Desai M., Rosenbaum M., Leibel R.L., A.W. Ferrante Jr (2003) Obesity is associated with macrophage accumulation in adipose tissue. J Clin Invest 112:1796–1808.

23. Harman-Boehm I., Bluher M., Redel H., Sion-Vardy N., Ovadia S.,  Avinoach E., Shai I.,  Klöting N., Stumvoll M.,  Bashan N.,  A. Rudich. Macrophage Infiltration into Omental Versus Subcutaneous Fat across Different Populations: Effect of Regional Adiposity and the Comorbidities of Obesity. J Clin Endocrinol Metab 92: 2240–2247, 2007)

24. Lumeng C.N., Bodzin J.L., A.R. Saltiel. Obesity induces a phenotypic switch in

adipose tissue macrophage polarization. J Clin Invest. 2007;117:175-184.

25. Chan D.C., Barret H.P.R.  G.F. Watts. Dyslipidemia in visceral obesity. Mechanisms, implications and therapy. Am J Cardiovasc Drugs 2004; 4 (4): 227-246 review article 1175-3277/04/0004-0227.

26. Funahashi T, Nakamura T, Shimomura I, Maeda K, Kuriyama H,Takahashi M, Arita Y, Kihara S, Matsuzawa Y. Role of adipocytokines on the pathogenesis of atherosclerosis in visceral obesity. Intern Med.1999;38:202–206.

27. Burhans M.S.,  Hagman D.K., Kuzma J.N.,Schmidt K.A. ,Kratz M. Contribution of adipose tissue inflammation to the development of type 2 diabetes mellitus. Compr. Physiol.2018;9:1–58.

28.  Martinez-Romero R., Gonzalez-Chavez S.A., Urias-Rubi V.R., Gomez-Moreno V.M., Blanco-Contero M.F., Bernal-Velazquez H.M., Luevano-Ganzalez A.L., C. Pacheco-Tena

Microarray Analysis of Visceral Adipose Tissue in Obese Women Reveals Common Crossroads Among Inflammation, Metabolism, addictive Behaviors, and Cancer: AKT3 and MAPK1 Cross Point in Obesity. J Obesity Volume 2024, Article ID 4541071, 13 pages

https://doi.org/10.1155/2024/4541071

29. Sarin H.V., Lee J.H., Jauhiainen M., Joensuu A., NBorodulin K., Männisto S. et al. Substantial fat mass loss reduces low grade inflammation and induces positive alteration in cardio metabolic factors in normal weight individuals Scientific reports 2019; 9:3450 | https://doi.org/10.1038/s41598-019-40107-6.

30. Despres, J. P. et al. Loss of abdominal fat and metabolic response to exercise training in obese women. Am. J. Physiol. - Endocrinol. Metab. 261, E159–E167 (1991).

31. Hiuge-Shimizu A., Kishida K.,  Funahashi T.,  Ishizaka, Y.,Oka, R. Okada M., Suzuki S., Takaya N., Nakagawa T., Fukui T., Fukuda H., Watanabe N., Yoshizumi T., Nakamura T., Matsuzawa Y., M. Yamakado & I. Shimomura. Absolute value of visceral fat area measured on computed tomography scans and obesity-related cardiovascular risk factors in large-scale Japanese general population (the VACATION-J study). Annals of Medicine, 44:1, 82-92, DOI: 10.3109/07853890.2010.526138.

32. https://www.radiologyinfo.org/en/info/safety-xray#part3

33. Micklesfield L.K., Goedecke J.H., Punyanitya M.,  Wilson K.E., Th. L. Kelly. Dual-Energy X-Ray Performs as Well as Clinical Computed Tomography for the Measurement of Visceral Fat. Obesity (2012) 20, 1109–1114. doi:10.1038/oby.2011.36.

34. Gudivaka R, Schoeller D, Kushner RF. Effect of skin temperature on multifrequency bioelectrical impedance analysis. J Appl Physiol (1985). (1996) 81 (2):838–45. doi: 10.1152/jappl.1996.81.2.838.

35. Chan B., Yu Y., Huang F. and Vardhanabhuti V. (2023) Towards visceral fat estimation at population scale: correlation of visceral adipose tissue assessment using three-dimensional cross- sectional imaging with BIA, DXA, and single-slice CT.Front. Endocrinol. 14:1211696. doi: 10.3389/fendo.2023.1211696.

36. Verduin W.M., Warps A.L.K., van den Helder, R., Doodeman H.J., A.P.J. Houdijk on behalf of the INfluences of Fat And MUscle in colorectal Surgery Collaborative. Visceral fat and anastomotic leakage after colon cancer resection. Dis Colon Rectum 2021; 64: 163–170 DOI: 10.1097/DCR.0000000000001779.

37.  Cakir H., Heus C., Verduin W.M., Lak A., Doodeman H.J., Bemelman W.A.,

A.P.J Houdijk.  Visceral obesity, body mass index and risk of complications after colon

cancer resection: A retrospective cohort study. Surgery 2015;157:909-15.

38. Hunter G.R., Gower B.A., B. L. Kane. Age Related Shift in Visceral Fat. Int J Body Compos Res. 2010; 8(3): 103–108.

39. Verduin WM, Van Den Helder R, Doodeman HJ, Struijf E, Houdijk APJ (2016) Dexa

Body Composition Assessment in 10-11 Year Healthy Children. PLoS ONE 11(10): e0165275. doi:10.1371/journal.pone.0165275

40. Samargandy S, Matthews K, Brooks M, et al. Abdominal visceral adipose tissue over the menopause transition and carotid atherosclerosis: The SWAN heart study, Menopause 2021;28:626–633.

41. Trikudanathan S, Pedley A, Massaro JM, et al. Association of female reproductive

factors with body composition: The Framingham Heart Study. J Clin Endocrinol Metab 2013;98:236–244.

42. Gao A., Chen  Z., Sun A., X.Deng. Gender differences in cardiovascular disease. edicine in Novel Technology and devices 4 (2019) 100025. https://doi.org/10.1016/j.medntd.2019.100025

43. Seong Kim M., Choi Y-J., Lee Y.H. Visceral fat measured with computed tomography and the risk of breast cancer Transl Cancer Res 2019;8(5):1939-1949| http://dx.doi.org/10.21037/tcr.2019.09.16.

44. Houdijk A.P.J.,   Bos N.J.M.E.,  Verduin W.M.,  Hijdendaal M.M.,  M.A.L. Zwartkruis Visceral fat loss by whole-body electromyostimulation is attenuated in male and absent in female older non-insulin dependent diabetes patients. Endocrinol Diab Metab. 2022; 00:e377. https://doi.org/10.1002/edm2.377. 

45. Machado P., McNaughton S.A., Livingstone K.M., Hadjikakou M., Russell Ch., Wingrove K., Sievert K., Dickie S., Julie Woods  J., Baker Ph., M. Lawrence. Measuring Adherence to Sustainable Healthy Diets: A Scoping Review of Dietary Metrics. Advances in Nutrition 14 (2023) 147–160.

46. Hofer S.F.,  Carmona-Gutierrez D., Muelle M.I., F., Madeo The ups and downs of caloric restriction and fasting: from molecular effects to clinical application. EMBO Mol Med (2022) 14: e14418

47. Colman R.J.,  Beasley T.M.,  Kemnitz J.W., Johnson s.W., Weindruch R. & R.M. Anderson. Caloric restriction reduces age-related and all-cause mortality in rhesus monkeys.  Nature communications 2014|5:3557| DOI:10.1038/ncomms4557 www.nature.com/naturecommunications.

48. Recchia F., Leung C.K., Yu A.P., Leung W., Yu D.J., Fong D.Y., Montero D., Lee C-H., Wong S.H.S., P.M. Siu. Dose–response effects of exercise and caloric restriction on visceral adiposity in overweight and obese adults: a systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials. Br J Sports Med 2023;57:1035–1041. doi:10.1136/bjsports-2022-106304.

49. Rovira-Llopis S., Bañuls C., Diaz-Morales N., Hernandez-Mijares A., Rocha M., V. M. Victor Mitochondrial dynamics in type 2 diabetes: Pathophysiological implications. Redox Biology 11 (2017) 637–645.

50. Veluthakal R., Esparza D. Hoolachan J.M., Balakrishnan R., Ahn M., Oh E. Jayasena C.S. Thurmond D.C. Mitochondria Dysfunction, Oxidative Stress, and

Inter-Organ Miscommunications in T2D Progression. Int. J. Mol. Sci. 2024,

25, 1504. https://doi.org/10.3390/ijms25031504

51. Woods, J.A.; Wilund, K.R.; Martin, S.A.; Kistler, B.M. Exercise, inflammation and aging. Aging Dis. 2012, 3, 130–140.

52. Russell A.P.,  Foletta V.C., Snow R.J., D.Wadley. Skeletal muscle mitochondria: A major player in exercise, health and disease, Biochim. Biophys. Acta (2013), http://dx.doi.org/10.1016/j.bbagen.2013.11.016.

53. Wedell-Neergaard AS, Lang Lehrskov L,Christensen RH, et al. Exercise-induced changes in visceral adipose tissue mass are regulated by IL-6 signaling: a randomized controlled trial. Cell Metab.2019;29(4):844-855.e3.

54. Lang CH, Frost RA, Vary TC. Regulation of muscle protein synthesis during sepsis and inflammation. Am J Physiol Endocrinol Metab 293: E453–E459, 2007.

55. Newman A.B., Kupelian V., Visser M., Simonsick E.M.,  Goodpaster B.H., 

Kritchevsky S.B., Tylavsky F.A., Rubin S.M., T.B. Harris, on Behalf of the Health, Aging and Body Composition Study Investigators. Strength, But Not Muscle Mass, Is Associated

With Mortality in the Health, Aging and Body Composition Study Cohort. J.Gerontol. 2006;61A:72-77.

56. Metter E.J.,  Talbot L.A.,  Schrager M, R Conwit. Skeletal Muscle Strength as a Predictor of All-Cause Mortality in Healthy Men. Journal of Gerontology 2002:57A, No. 10; B359–B365

57. RIVM Monitor gecombineerde leefstijl interventie 2024. 

58. Sarwan G., Daley S.F., A. Rehman. Management of the weight loss plateau. In: StatPearls [Internet]. Treasure Island (FL): StatPearls Publishing; 2025 Jan.

2024 Dec 11.

59. Collins A., Huffman K.M., Wolever R.Q., Smith P.J., Siegler I.C., Ross L.M. et al 

Determinants of Dropout from and Variation in Adherence to an Exercise Intervention: The

STRRIDE Randomized Trials. Translational Journal of the ACSM 2022;7;1-8. 

60. Treuth, Margarita S.9 Gary R. Hunter, Tamas Kekes-Szabo, Roland L. Weinsier, Michael I. Goran, and Lincoln Berland. Reduction in intra-abdominal adipose tissue after strength training in older women. J. Appl. Physiol.1995;78(4): 1425- 1431.

Doe de PreventiMed Body Analysis

Neem vandaag nog de regie over uw vitaliteit.
Kies voor een krachtige toekomst met de PreventiMed Body Analysis, de enige plek waar een DEXA-scan en Biodex-meting samenkomen voor een compleet beeld van uw lichaam.

Heeft u nog vragen over Waarom vet ziek maakt, en welk vet?

Twijfelt u of dit op uw situatie van toepassing is, of wilt u weten wat dit voor uw situatie betekent? Stel gerust uw vraag. We denken graag met u mee.
Waarom is een medische indicatie nodig bij een scan?
Bij PreventiMed gebruiken we een DEXA-scan om onder andere de lichaamssamenstelling in kaart te brengen. Daarmee kunnen we bijvoorbeeld zien hoeveel visceraal vet – het vet rondom de organen – aanwezig is, maar ook hoeveel spiermassa en onderhuids vet iemand heeft. Misschien heb je onze vragenlijst ingevuld en krijg je geen mogelijkheid om direct een scan te reserveren. Dat betekent niet dat een scan bij jou geen interessante informatie zou kunnen opleveren. Het heeft te maken met de medische…
Wat is het verschil tussen een preventieve Whole body MRI en de PreventiMed Body Analysis?
De manier waarop we naar gezondheid kijken verandert snel. Lange tijd was geneeskunde vooral gericht op het herkennen en behandelen van ziekte zodra er klachten ontstonden. Dat model heeft enorme vooruitgang gebracht. Dankzij beeldvorming zoals CT- en MRI-scans, moderne chirurgie, intensive care en oncologische behandelingen kunnen artsen tegenwoordig ziekten behandelen die vroeger vaak fataal waren. Tegelijkertijd zien we dat veel van de grootste gezondheidsproblemen van deze tijd — zoals type…
Gecombineerde Leefstijlinterventie GLI
De Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) is een programma dat zich richt op het verbeteren van leefstijl door middel van voeding, beweging en gedragsverandering. Het wordt in Nederland vergoed vanuit de basisverzekering voor mensen met een verhoogd gezondheidsrisico op basis van BMI. De GLI is gebaseerd op het principe dat een structurele verandering in leefstijl kan bijdragen aan het verminderen van chronische ziekten. Programma’s duren meestal twee jaar en bestaan uit begeleiding door ver…
GLP-1 medicijnen zoals Ozempic
GLP-1 medicijnen, zoals Ozempic, Wegovy en Mounjaro, worden steeds vaker gebruikt bij de behandeling van ernstige obesitas en diabetes type 2. Deze middelen bootsen de werking na van natuurlijke hormonen die vrijkomen in de darm na het eten. GLP-1 staat voor glucagon-like peptide-1. Dit hormoon beïnvloedt meerdere processen die belangrijk zijn voor de energiebalans. Het vertraagt de maaglediging, verhoogt het gevoel van verzadiging en vermindert het hongergevoel. Hierdoor eten mensen vaak mind…
Aderverkalking of atherosclerose
Aderverkalking, of atherosclerose, is een proces waarbij de binnenwand van bloedvaten beschadigd raakt en plaques ontstaan. Deze plaques bestaan uit vetten, ontstekingscellen en bindweefsel en kunnen de doorstroming van bloed belemmeren. Viscerale obesitas speelt een belangrijke rol in dit proces. De chronische ontsteking die ontstaat in visceraal vet leidt tot een verhoogde aanwezigheid van ontstekingsstoffen in het bloed. Deze stoffen beschadigen de vaatwand en maken deze gevoeliger voor de…
Kanker
De relatie tussen obesitas en kanker is de afgelopen decennia steeds duidelijker geworden. Met name viscerale obesitas speelt een rol in het ontstaan van verschillende vormen van kanker, zoals darm-, borst-, baarmoeder- en alvleesklierkanker. Het centrale mechanisme is chronische ontsteking. In visceraal vet bevinden zich bij overmatige opslag veel ontstekingscellen. Deze produceren signaalstoffen die via de bloedbaan door het lichaam circuleren. Deze stoffen beïnvloeden processen op celniveau…
Hoge bloeddruk, of hypertensie
Hoge bloeddruk, of hypertensie, is een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Vaak wordt het gezien als een op zichzelf staand probleem, maar in veel gevallen is het onderdeel van een breder metabool proces. Viscerale obesitas speelt hierin een centrale rol. De chronische ontsteking die ontstaat in visceraal vet beïnvloedt de functie van bloedvaten. De vaatwand wordt minder flexibel en reageert anders op signalen die normaal zorgen voor verwijding of vernauwing. Daarnaast leidt vi…
Diabetes type 2
Diabetes type 2 is een chronische aandoening waarbij het lichaam minder gevoelig wordt voor insuline. Insuline is een hormoon dat ervoor zorgt dat glucose uit het bloed wordt opgenomen in cellen, met name in spieren. Wanneer deze gevoeligheid afneemt, stijgt de bloedsuikerspiegel. Het belangrijkste onderliggend mechanisme wordt door viscerale obesitas veroorzaakt. De chronische laaggradige ontsteking in visceraal vet verstoort namelijk op moleculair niveau de werking van insuline. Het gevolg is…
Waarom ziekten pas na je 40ste zichtbaar worden
Veel chronische ziekten, zoals diabetes type 2 en hart- en vaatziekten en kanker, worden pas zichtbaar na het veertigste levensjaar. Dit betekent echter niet dat ze pas op dat moment ontstaan. Deze ziekten hebben een lange aanloop. De onderliggende processen beginnen vaak jaren eerder, meestal al tussen het twintigste en veertigste levensjaar. In deze periode verandert de leefstijl vaak. Werk, gezin en stress zorgen voor minder beweging en een veranderde voedingsinname. Hierdoor ontstaat gelei…
Viscerale obesitas en chronische ziekten
Viscerale obesitas speelt een centrale rol in het ontstaan van veel chronische ziekten. Het is niet alleen een risicofactor, maar een onderliggend mechanisme dat ziekteprocessen aanstuurt. De kern van dit proces is chronische laaggradige ontsteking. Wanneer de hoeveelheid visceraal vet toeneemt, verandert de samenstelling van het vetweefsel. Ontstekingscellen nemen toe en produceren signaalstoffen die het hele lichaam beïnvloeden. Deze ontstekingsreactie leidt tot verstoringen in belangrijke s…